
De vijftien spelers van een rugbyteam zijn in verschillende categorieën in te delen. De spelers met rugnummer 1 t/m 8 zijn de voorwaartsen, de spelers met rugnummer 9 t/m 15 zijn de backs. Een team mag maximaal zeven reservespelers hebben.
De voorwaartsen zijn belangrijk in de spelonderdelen waarvoor kracht nodig is, bijvoorbeeld scrums en mauls. Deze spelers zijn groter en sterker dan de backs, maar wel langzamer. In de scrum vormen de props en de hooker de eerste rij, de twee locks de tweede rij en de flankers en nummer 8 de derde rij.
De bijdrage van de backs is snelheid en techniek. Zij worden geacht met snelle combinaties de verdediging van de tegenstander uit positie te spelen. De scrum-half en fly-half zijn de spelverdelers en worden samen de half-backs genoemd.
Hieronder een aantal eigenschappen van elke positie:
| 1. | Prop | Sterk, fors gebouwd, hoeft niet groot te zijn |
| 2. | Hooker | Dynamisch, compact, stevig gebouwd |
| 3. | Prop | Sterk, fors gebouwd, hoeft niet groot te zijn |
| 4. | 2e rij | Lang, sterk en moet hoog kunnen springen |
| 5. | 2e rij | Lang, sterk en moet hoog kunnen springen |
| 6. | Flanker | Harde werker met een topconditie |
| 7. | Flanker | Harde werker met een topconditie |
| 8. | Nummer 8 | Grote sluwe vos, sterk met veel spelinzicht |
| 9. | Fly half | Een klein snel superfit mannetje/vrouwtje |
| 10. | Fly half | De spelverdeler met inzicht en snelle handjes |
| 11. | Winger | Supersnel en bewegelijk |
| 12. | 1e Center | Een krachtige loper |
| 13. | 2e Center | Deze speler moet andere spelers om hem heen beter laten spelen |
| 14. | Winger | Supersnel en bewegelijk |
| 15. | Full back | De laatste man/vrouw |






