
De rugbytraditie in Dendermonde dateert al van het begin van de jaren '60, toen St.-Gillissenaar Norbert De Jongh (die het spel onder de knie kreeg bij de Association Sportive de l'Université de Bruxelles - ASUB) samen met Paul De Visscher rugbyclub S.O.S. St.-Gillis oprichtte.
Op dat moment was S.O.S. samen met RC Ghent (ook al een satellietclub van ASUB, onder impuls van IOC-er Jacques Rogge) de enige Vlaamse club in een door Franstalige gedomineerd rugbymilieu.
Bij gebrek aan spelers (rugby wordt met effectief 15 spelers gespeeld) kwam er tijdelijk een einde aan de rugbysport in het Dendermondse, tot in 1969 Lebbekenaar Frans Van Der Veken en -alweer- Polle De Visscher de draad weer opnamen en RC Alfa St.-Gillis stichtten.
Deze club slaagde erin om een aantal "verdwaalden" te hergroeperen, en drong zelfs door tot de allerhoogste regionen van het Belgische rugby. Spelers als Jo Van Den Bossche, Herman Van hauwermeiren, Jean Van Den Bossche leerden er het vak.
Ook het Alfaliedje bleef echter niet duren. Midden de jaren zeventig was het opnieuw windstil op de rugbyterreinen in St.-Gillis. Tot het bij -jawel- Paul De Visscher opnieuw begon te kriebelen. Dit keer koos hij als actieterrein Jeugdhuis Zenith uit, waar hij een tiental jongeren bereid vond om de rugbyshoes aan te trekken. De Visscher had overigens heel wat te bieden: de oude Alfaspullen (en financiële reserves) kwamen goed van pas, en hij wist Frans Van Der Veken (op dat moment coach bij landskampioen Herstal) als speler-trainer aan te trekken. Toen later ook diens zoon en schoonzoon volgden (samen met flink wat oud-Alfa-ers) en ook Theo De Visscher (broer van ...) werd het jeugdige Zenith-enthousiasme met voldoende ervaring omkaderd om het te gaan maken in het Belgische rugby. Dirk Michiels werd de eerste voorzitter.
In 1983 zag Zenith Rugbyclub zich genoodzaakt op zoek te gaan naar een eigen structuur, annex lokaal. Ondanks de goede jaren in de schoot van de sportwerking van jeugdhuis Zenith, werd een eigen stek, met financiële autonomie, onontkoombaar. Ook de naam werd aangepast: voortaan werd er gesproken over de Dendermondse Rugbyclub.
De eigen dynamiek van DRC, maakte dat de club zonder problemen haar sportieve opgang verder zette, en de eerste ernstige sportieve resultaten binnenhaalde. Gedurende een kleine 10 jaar werd lokaal "Den Otter" een begrip voor binnen- en buitenlandse rugbyfanaten, die wisten dat liefde voor de sport er gekoppeld werd aan een uitstekende sociale sfeer.
Intussen waren er al twee seniorenploegen, 1 juniorenteam, en ook het eerste Vlaamse damesteam (de "Fornijntjes") zag het licht. Bovendien werd de aanwezigheid in de hoogste Belgische afdeling gebetonneerd, wat de aantrekkingskracht van de club ongetwijfeld verhoogde.
Het kon dan ook niet uitblijven: in 1992 werden de eerste plannen gesmeed voor de constructie van een multifunctioneel gebouw naast het terrein in de Van Langenhovestraat. Dit initiatief kon rekenen op de praktische en financiële steun van alle DRC-leden en van de Stad Dendermonde, en mondde in mei 1993 uit in de plechtige inauguratie van een schitterende rugbytempel.
Dit fameuze project lijkt zijn doel niet te hebben gemist. De hedendaagse accommodatie heeft intussen niet alleen sponsors, maar bovenal ook nieuwe jongeren aangetrokken, waardoor de jeugdwerking van DRC tot de allergrootste van het land wordt gerekend.
Ook het bestuursniveau werd aangepast aan deze nieuwe ontwikkelingen. Voor het beheer van de accommodatie werd een aparte vzw opgericht (De Schakel), en verschillende commissies kregen beperkte autonomie in de organisatie van de verschillende werkingen.
De kroon op het werk kwam er de voorbije jaren. Na diverse landstitels van de reserves (een loodzware competitie die zeker zwaarder is dan bvb. de competitie in tweede nationale), drong DRC 1 in 1997 voor het eerst in haar bestaan door tot de finale van het kampioenschap. Op de Heizel werd dan wel verloren van Europees kampioen Bosvoorde, maar samen met het eraan verbonden Europees ticket blijft deze prestatie in DRC-kringen zoet nasmaken.
Ook de doorbraak van de jeugd is een feit. Het Dendermondse fanionteam blijft sterk verjongen, en sinds enkele jaren wordt de kern van "eigen kweek" aangevuld met beloftevolle jongeren uit heel Vlaanderen en zelfs uit het buitenland. De ware explosie kwam er vrij recent. In twee jaar tijd verviervoudigde het aantal jeugdspelertjes, en DRC heeft de grootste moeite om voldoende initiators en trainers te laten opleiden door het BLOSO, om deze explosie aan te kunnen. Een van de oorzaken van de explosie is de sterk toegenomen media-aandacht, die recent leidde tot de rechtstreekse uitzending van internationale wedstrijden. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat DRC categoriek alles inzet op de jeugd, wat vandaag resulteert niet minder dan 220 jeugdspelers, verdeeld over 10 teams. Deze aangroei verzekert DRC van het etiket ‘grootste Vlaamse, en 2de grootste Belgische Rugbyclub”, met 450 leden. DRC richtte overigens in 2006, met de steun van de provincie Oost-Vlaanderen, een rugbyschool op, met goed opgeleide initiators, en stelt vandaag een professionele consulent te werk, die naast kwaliteitszorg en expansie ook doelgroepwerking tot zijn kerntaken rekent. Goed ontwikkelde rugby-iniatieven in de hele provincie kunnen op hun conto worden geschreven.
DRC stond de voorbije jaren ook steevast garant voor een Europees ticket, met wedstrijden op hoog niveau, en gaf haar internationale uitstraling nog meer glans door in 2008 met een 50-tal jongeren een Zuid-Afrikaanse stage te organiseren. De wil om DRC ook internationaal op de kaart te zetten werd onlangs ondersteund door de beslissing om een spelershome te huren waarin opkomend buitenlands talent kan worden gehuisvest. Het pand, vlakbij de velden gelegen, heeft overigens een onmiskenbaar rugbyverleden : ooit was “Café Derby” het lokaal van zowel SOS Sint-Gillis als Alfa Sint-Gillis, en het is dus alsof de cirkel nu stilaan rond is.
Rugby wordt intussen in de regio ook steeds populairder. Zowel in Gijzegem als Aalst ontluiken mooie initiatieven, en weldra zal ook RC Brigandze uit Berlare in competitie stappen. De Wetterse Gnoes zullen samen met DRC overigens een “regionaal team” uitbouwen, dat een lagere drempel moet creëren voor jongeren om in onze mooie sport in te stappen.
In het nieuwe rugbylandschap dienen zich voor de Dendermondse Rugbyclub belangrijke uitdagingen aan. De wijze waarop die worden aangepakt, zullen doorslaggevend zijn voor de verdere positionering van de club in de hoogste regionen van het Vlaamse en Belgische sportlandschap. Openheid, diversiteit en professioneel sportmanagement zullen daarbij de succesfactoren zijn. DRC is klaar om de sportieve uitdaging aan te gaan.
Een nieuwe omgeving schreeuwt ook om een nieuwe structuur, en ook hier blijft DRC verder professionaliseren. Voortaan zal Alain Buyens als manager het dagelijks beleid van de club op een meer continue basis opvolgen. Hij wordt daarbij gesteund door ervaren bestuurders als Kris Van Damme (voorzitter), Paul Vande Putte (ondervoorzitter), Gert Van den Steen (secretaris) en José Van Handenhove (penningmeester). De ploeg wordt vervolledigd met Bob Waterschoot, Kristoffer Falat, Michel De Baets, Wendy Hanskens en Kevin Moortgat. Voor de commerciële contacten werd Eddy Van den Broeck tot hoofd van een speciale werkgroep verkozen. Het clubpatrimonium werd ondergebracht in een aparte vzw (De Schakel) met clubicoon Jo Van den Bossche als voorzitter. Ook de activiteiten van de Rugbyschool werden in een gelijknamige vzw, onder voorzitterschap van Michel De Baets, gegroepeerd. Als belangrijkste clubactiviteit word het Flanders Open Rugby tornooi ontwikkeld in een autonome werkgroep, onder leiding van Nathaniël Kerre. Het hele opleidingsbeleid wordt gecoördineerd door Stijn Van Hauwermeiren.







